38 lines
1.6 KiB
Markdown
38 lines
1.6 KiB
Markdown
# M5 Operational Readiness Package
|
|
|
|
## Doel
|
|
M5 maakt de GeoIntel-repo klaar voor een lange autonome Codex-bouwronde. De focus verschuift van specificatie naar uitvoerbaarheid, controleerbaarheid en herstelbaarheid.
|
|
|
|
## Wat M5 toevoegt
|
|
- Runbooks voor lokale ontwikkeling, smoke tests, troubleshooting en releasecontrole.
|
|
- CI/CD-specificaties zodat Codex weet welke kwaliteitschecks verplicht zijn.
|
|
- Healthcheck- en observability-contracten voor backend, worker, database en frontend.
|
|
- Incident- en rollback-procedures voor kapotte builds.
|
|
- Fixture- en demo-validatie zodat modules zonder echte externe datasets testbaar zijn.
|
|
- Build governance: hoe Codex per pass werkt, rapporteert, test en afrondt.
|
|
|
|
## M5-principe
|
|
Elke bouwronde moet eindigen met drie dingen:
|
|
|
|
1. Een werkende applicatiestatus of een eerlijk gedocumenteerde blokkade.
|
|
2. Een testbaar bewijs: commando-output, screenshots, API-responses of logs.
|
|
3. Een bijgewerkte statuslijst met voltooid, gedeeltelijk voltooid en openstaand werk.
|
|
|
|
## Niet-toegestaan
|
|
- Nieuwe grote features toevoegen zonder bestaande M0-M4-contracten te volgen.
|
|
- Externe afhankelijkheden toevoegen zonder `docs/DEPENDENCY_POLICY.md` en `docs/DEPENDENCY_LOCK_PLAN.md` bij te werken.
|
|
- Mock-resultaten presenteren als echte geospatiale verwerking.
|
|
- API-contracten breken zonder migration-notitie.
|
|
- Frontend-only schijnfunctionaliteit bouwen wanneer een backendcontract bestaat.
|
|
|
|
## M5 status
|
|
Na M5 moet Codex kunnen starten met:
|
|
|
|
- Backend foundation.
|
|
- PostGIS schema.
|
|
- Dataset Manager.
|
|
- Raster metadata en upload.
|
|
- Vector import en clipping.
|
|
- Eerste QA/QC skeleton.
|
|
- Frontend workbench shell.
|